Kleinste Jager 24 · 89, 109 · 0
Stercorarius longicaudus · Long-tailed Jaeger
CDNA beoordeelsoort:
t/m 1992Broedt rondom Noordpool in (sub)arctische gebieden, zuid tot Zuid-Noorwegen; overwintert in tropische oceanen.
Eykman et al (1949) vermelden voor 1800-1948 30 (bekende) specimens waarvan er zes uit 1800-99 stammen. Hiervan is de helft afkomstig van de kusten van Noordzee en Waddenzee en de andere helft uit het binnenland. Het oudste specimen dat in een museum aanwezig is betreft een opgezet eerstejaars van november 1841 te Katwijk, Zuid-Holland (NNM).
Voor een korte samenvatting van 49 meldingen (waaronder 16 balgen) in 1949-68 zij verwezen naar Kist et al (1970); uiterste datums gedurende deze periode waren 1 augustus 1965 te Amerongen, Utrecht, en 10 november 1967 op Terschelling, Friesland; er was geen voorjaarsgeval. Het is opmerkelijk dat zich ten minste vijfmaal zoveel in Nederland gevonden Kleinste Jagers als Kleine Jagers S Parasiticus (Kees Roselaar in litt). In 1976-92 aanvaardde de CDNA jaarlijks gemiddeld bijna acht exemplaren. In sommige jaren (1978, 1985, 1988, 1990 en 1991) waren dat er meer dan 10. Daarentegen werden erin andere jaren (1977, 1986 en 1989) slechts één of twee aanvaard. De soort blijkt in België vaker te zijn vastgesteld dan in Nederland met 107 exemplaren in 1991, 22 in 1992, 22 in 1993, 189 in 1994, 45 in 1995 en 87 in 1996 (Gunter De Smet in litt). Bijna alle Nederlandse gevallen dateerden van augustus-oktober. Dit patroon wordt bevestigd door 23 museumexemplaren uit 1949-75 waarvan 92% in augustus-oktober waren verzameld. Slechts 3% van de gevallen dateerden uit het voorjaar (mei-juni), ondanks het feit dat de soort dan gemakkelijk is te determineren (alleen adulte trekken terug naar broedgebieden). Het merendeel van de gevallen komt van de Noordzeekusten maar er zijn ook verscheidene gevallen van ver in het binnenland. Voor 1949-75 worden hier uitsluitend verzamelde exemplaren genoemd. De reden is dat in die periode de veldherkenning van eerstejaars vogels nog niet goed bekend was (cf LM 51: 141, 1978; 53: 30, 1980; 54: 22, 1981). Eerst in 1981 werd een bruikbare bijdrage over de herkenningsproblematiek van eerstejaars gepubliceerd (DB 3: 10-12, 1981). Men dient zich bovendien te bedenken dat gevallen van de soort eerst vanaf 1976 zijn beoordeeld en dat derhalve de determinatie van een aantal van de genoemde specimens niet is gecontroleerd door de CDNA. Sinds 1 januari 1993 wordt de soort niet langer door de CDNA behandeld (DB 14: 198, 1992; LM 66:153, 1993; 67: 166, 1994).
Zeldzame vogels van Nederland [2001]





DB 31:365 First-summer Long-tailed Jaegers in western Europe
waarneming.nl
waarneming.nl
waarneming.nl
Korte bijdragen: Foerageergedrag van een Kleinste Jager Stercorarius longicaudus.
DB 16:202-204 mededelingen - Kanttekeningen bij herkenning van juveniele Kleinste Jager
waarneming.nl
DB 22:271-277 artikelen - Juvenile dark-morph Long-tailed Jaeger collected in the Netherlands