Griel 10 · 29 · 32
Burhinus oedicnemus · Eurasian Stone-curlew
CDNA beoordeelsoort:
t/m 2008Soort broedt van 55°N zuidwaarts in Europa, Noord-Afrika, Midden-Oosten en West- en Zuid-Azië; overwintert in Middellandse-Zeegebied en Zuid-Azië. Voormalige broedvogel, niet na 1958.
In 1800-1957 was de soort een schaarse broedvogel in de duinen van Noord- en Zuid-Holland. De Amsterdamse Waterleidingduinen (AW-duinen) vormde het laatste bolwerk. Dit gebied ligt aan beide zijden van de grens tussen Noorden Zuid-Holland, tussen Bloemendaal en Zandvoort in het noorden, en Noordwijk en Noordwijkerhout in het zuiden. Jan P Strijbos vond hier 13 nesten in 1922 en 17 in 1927; voor het jaar 1923 schatte hij het totaal voor geheel Nederland op c 30 broedparen waarvan meer dan de helft (18-20) in de AW-duinen (Strijbos 1980). In het algemeen arriveerden ze in midden-maart en bleven tot de tweede week van oktober en soms nog in november (cf Ardea 11: 142-143, 1922; 17: 41, 1928).
In iedere maand werd de soort vastgesteld (cf Eykman et a 1949, Kist et al 1970) maar er zijn slechts enkele gevallen van begin november tot midden maart. In 1969-94 dateerde meer dan de helft van de gevallen van april tot en met de eerste week van juni. Gerald Oreel (in litt) verzamelde voor zijn onderzoek naar het voorkomen in 1958-97 in Nederland en België (cf DB 6: 71 1984) bovendien nog circa 42 niet-aanvaarde of niet-ingediende gevallen uit 1969-97. Een aantal van deze gevallen zou mogelijk voor aanvaarding door de CDNA in aanmerking kunnen komen; ze dateerden van maart (twee), april (zeven), mei (12), juni (11), juli (drie), augustus (twee), september (vier) en november (één), met als uiterste datums 23 maart en 1 november. Bovendien zijn er bijvoorbeeld van 1969 en 1974-75 meldingen bekend van Langevelderslag, Noordwijk, Zuid-Holland (van Dijk & Hoek 1989), en van 1991-96 van Texel, Noord-Holland (cf Dijksen 1996). Ook zouden in 1981-84, 1988 en 1990 solitaire exemplaren aanwezig zijn geweest te Meyendel, Wassenaar, Zuid-Holland (cf Duinstag 9 (2): 18, 1994). Vooral zes waarnemingen tussen 23 april en 28 juli 1981 rond Bierlap en Kijfhoek te Meyendel door een enkele waarnemer suggereren dat toen een niet-geslaagd broedgeval plaatsvond (René Wanders in litt). Het enige goed gedocumenteerde geval van een bezet territorium komt echter van het Zwanenwater, Zijpe, Noord-Holland, waar in de zomers van 1992-93 een ongepaard exemplaar aanwezig was in geschikt habitat. Het feit dat in de afgelopen decennia veel waarnemingen geheim werden gehouden en niet werden ingediend bij de CDNA houdt vermoedelijk verband met de hoop op zijn terugkeer als broedvogel en de wens risico’s op verstoring zo veel mogelijk te vermijden. De dichtstbijzijnde broedgebieden bevinden zich in Champagne, Noord-Frankrijk, waar de soort nestelt in weinig intensief gebruikte akkergebieden (Veldornitol Tijdschr 4: 37-66, 1981), en Norfolk, Engeland, waar het broedgebied meer aan open, zandige terreinen van de Veluwe, Gelderland, doet denken. Ringterugmeldingen van 13 maart 1991 te Zeebrugge, West-Vlaanderen, België (Mergus 5: 27-28, 1991), van juni 1994 in Gelderland, van mei 1995 in Noord-Holland en van maart-april 1996 in Zeeland tonen aan dat ten minste een deel van de Nederlandse (en Belgische) vogels uit Engeland afkomstig was. De soort wordt sinds 1 januari 2009 niet langer beoordeeld door de CDNA.
Zeldzame vogels van Nederland [2001]





Griel, Aekingerzand, Westerveld, 5 juni 2008, Rob Voesten
Arnoud B van den Berg · Griel · 07-06-1992
Arnoud B van den Berg · Griel · 07-06-1992
De Griel in Gelderland, Avifauna van Gelderland [avifaunavangelderland.blogspot.nl]
waarneming.nl