Poelsnip 1 · 20 · 39, 39-40
Gallinago media · Great Snipe
CDNA beoordeelsoort: ja
Broedt van Noorwegen en Oost-Polen oost tot in Siberië; overwintert in Afrika ten zuiden van Sahara. Voormalige broedvogel, bijvoorbeeld in 1884 in zuidoosten van Noord-Holland, maar vermoedelijk niet meer in 20e eeuw.
Sinds 1 januari 1977 worden waarnemingen van de soort door de CDNA beoordeeld (LM 52: 218, 1979; 54: 131, 1981; 57: 21, 1984; 59: 18, 1986). Er heeft geen herziening van oude waarnemingen plaatsgevonden maar het historische voorkomen wordt onder anderen door Jansen (2014) onder de loep genomen (DB 36: 316-325, 2014).
Eykman et al (1949) vermelden locaties in Groningen, oostelijk Noord-Brabant en Zuid-Holland waar de soort in de 19e eeuw gebroed zou hebben maar hiervoor bestaan geen onomstotelijke bewijzen. Op 15 mei 1926 werd een legsel verzameld in het Bourtanger Moor, Emsland, Niedersachsen, Duitsland, c 10 km ten oosten van Bourtange, Vlagtwedde, Groningen, waar tot in 1929 exemplaren werden gemeld (Eykman et al 1949, Glutz von Blotzheim & Bauer 1977). In Duitsland is de soort als broedvogel omstreeks die tijd verdwenen hoewel in 1992 nog ten minste twee baltsende exemplaren werden ontdekt in Brandenburg (Limicola 7: 87-92, 1993).
Tot 1968 stond de soort in Nederland bekend als doortrekker in zeer laag aantal van eind juli tot in oktober, met als vroegste datum 11 juli; er zouden in 1900-68 ook verscheidene meldingen in winter en voorjaar zijn geweest (zeven in november, drie in december, drie in januari, twee in maart en vijf in april) (Kist et al 1970). Blankert (DB 2: 106-115, 1980) somde 131 gepubliceerde waarnemingen in 1951-79 op maar daarvan wordt thans een hoog aantal onbetrouwbaar geacht (cf LM 52: 223, 1979).
In vijf belangrijke Nederlandse zoölogische musea werden 37 in Nederland verzamelde en goed gedocumenteerde exemplaren aangetroffen, daterend van 1865-1940. Jansen (2014) voegde er een lijst van 51 specimens van diverse musea van 1825-1945 aan toe (DB 36: 324-325, 2014, cf DB 17: 148, 1995).
Museumspecimens geven niet noodzakelijkerwijs een betrouwbaar beeld van het voorkomen. Uit de datums komt namelijk naar voren in welke maand het meest werd gejaagd en in welke jaren specimens voor nieuwe collecties nodig waren. Zo werd in 1885-88 de Koller-collectie in Museum Fauna Neerlandica te Artis, Amsterdam, gevestigd; vanaf 1890 tot in de 20e eeuw werd de collectie van Snouckaert van Schauburg gevormd; en in 1936-37 legden ten Kate en van Marle hun collecties aan (cf Voous 1995, Kees Roselaar in litt).
Een verzwakte Watersnip G gallinago kan qua vliegwijze, gedrag, houding en zelfs vorm en koptekening sterk lijken op een Poelsnip (cf DB 12: 193-195, 1990). Voor een discussie over de herkenning van eerstejaars vogels zij ook verwezen naar DB 16: 106-113, 1995. De eerste geluidsopname van de zang uit Nederland werd gemaakt in april 2015 (DB 37: 175-178, 2015). Van de 42 gevallen in 1977-2015 kwamen er 17 uit april-juni, 24 uit juli-oktober en één uit januari.
Zeldzame vogels van Nederland [2001]; ABvdBerg [2016]





Poelsnip, Broekhuizen, 27 april 2015, Luuk Punt
Great snipe - Poelsnip 18-06-2022
Arnoud B van den Berg / The Sound Approach · Poelsnip · 28-04-2015
DB 36:316 Poelsnip in Nederland: broedgeval in 1884 en historisch voorkomen
DB 17:106-113 artikelen - Vangst van Poelsnip te Zandvoort in juli 1994
DB 16:174 actueel - Poelsnip op herhaling in Workumerwaard
DB 17:146 mededelingen - Poelsnip in Workumerwaard in juli-augustus 1994
DB 18:218-219 actueel - zomertijd: steltlopertijd
DB 37:175 Baltsende Poelsnip te Broekhuizen in april 2015
waarneming.nl